blog sportrevalidatie jan 2021

Sportrevalidatie is topsport, ook voor de oefen- en fysiotherapeut. Met deze zeven tips maak je van ieder sportrevalidatietraject een succes en breng je vrijwel elke sporter weer terug op zijn of haar optimale sportniveau.

14 januari 2021 | Auteur: Nick Muhren | Leestijd: 4 minuten


1. Stel een reëel einddoel
Zonder einddoel geen succes: een reëel einddoel stellen is de meest belangrijke stap voor een succesvolle revalidatie. Impliciet zal bijna iedere sporter met dit doel in het achterhoofd naar een therapeut komen, het is een kwestie van concreet bespreken. Wat wil of moet iemand weer kunnen? En op welk niveau en binnen welke tijd? Aan jou als therapeut om te bepalen of dit reëel en haalbaar is.

2. Breng de huidige belastbaarheid in kaart
Vraag en kijk: vraag wat de sporter al kan en zelf al heeft geprobeerd. Bekijk hoe hij/zij beweegt en analyseer de lichaamshouding. Daaruit haal je niet alleen fysieke ongemakken, maar herken je ook of iemand bang is om te bewegen, of iemand pijn heeft of juist over zijn/haar grenzen gaat. Bij een acute blessure kun je op basis van de tijdlijn een inschatting maken over het weefselherstel. Bij langer bestaande klachten is dat minder makkelijk. Dan ben je aangewezen op het lichamelijk onderzoek en bepaal je met try-outs het beginniveau van de revalidatietraining. Ook bij vervolgtrainingen zijn try-outs zinvol: begin iets onder het niveau wat de sporter volgens jou aan kan en bouw van daaruit op.

3. Maak een gedegen sportanalyse
Zelfs als je een sport door en door kent is het goed om eens een stap terug te doen en de sport en het gevraagde niveau te analyseren. Welke grondmotorische eigenschappen staan op de voorgrond? En welke energiesystemen spelen een hoofdrol? Soms vereist een sportanalyse ook een inventarisatie van verschillende speelposities. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen de voetbalkeeper en de middenvelder. Terwijl de keeper met zijn explosieve bewegingen vooral het creatine-fosfaatsysteem uitdaagt, is de sprintende middenvelder veel meer actief in de anaerobe glycolyse. Het is essentieel om die verschillen mee te nemen in de sportrevalidatie en in de keuze voor de oefeningen.

4. Overload in elke training
Idealiter zorg je iedere training voor overload en stuur je bij elke oefening aan op de juiste technische uitvoering: streef naar volledige range-of-motion en werk bij voorkeur op hoge snelheid als dat specifiek is voor de sport. Maar houd het simpel: kies voor hoofdoefeningen die het dichtste bij de sport liggen en probeer niet teveel verschillende oefeningen in één trainingssessie te stoppen. Noteer je trainingsparameters om de progressie te monitoren en elke training overload te creëren. En betrek hierbij ook het herstel en de reactie na afloop van de training.

blog sportrevalidatie jan 2021 papendal

5. Stel tussentijdse doelen en meet die ook
Vooral bij langere revalidatietrajecten zijn tussentijdse doelen essentieel. Het geeft richting aan de oefentherapie, maakt de voortgang inzichtelijk en het zorgt ervoor dat de sporter gemotiveerd blijft. Voor een compleet beeld combineer je objectieve testen (zoals kracht- of sprongtesten) met subjectieve metingen (zoals vragenlijsten voor pijn of beperkingen). Houd bij de testen rekening met compensatiestrategieën. Kijk dus niet alleen naar de uitkomsten, maar beoordeel ook de kwaliteit van bewegen. Dat is immers waar de kracht van de oefen- en fysiotherapeut ligt als specialist in bewegen.

6. Varieer in trainingsstof
Variatie is een vereiste om de sporter klaar te stomen voor het echte werk: varieer bijvoorbeeld in bewegingssnelheden en speel met de lengte van de pauze. Wisselende accenten zorgen voor continu veranderende prikkels waarop het lichaam leert te anticiperen. De wetten van de trainingsleer (overload, specificiteit, verminderde meeropbrengst, reversibiliteit en supercompensatie) gelden niet alleen voor fitte sporters, maar ook tijdens de hele revalidatieperiode. En richt je niet alleen op het geblesseerde lichaamsdeel, maar bereid het hele lijf optimaal voor op return to play.

7. Herken de dip
De geest is net zo belangrijk als het lichaam. Let daarom op tekenen van vermoeidheid of neerslachtigheid. Regelmatig belanden sporters tijdens een lange revalidatie in een dip. Zorg dat je de dip herkent, maak deze bespreekbaar en laat de gemaakte progressie zien. Soms doet een korte pauze al wonderen.


Ook een specialist worden in de revalidatie van geblesseerde sporters?

Wil je meer weten over sportanalyses, trainingsleer, try-outs en return to sport? Of ben je op zoek naar een praktische cursus om je sportrevalidatie naar een hoger niveau te tillen? Kijk dan eens in onze cursuskalender voor cursussen over bijvoorbeeld sportrevalidatie, krachttraining, sportfysiotherapie of uithoudingsvermogen.

Naar de cursuskalender

marathon


Meer lezen?

Is er een optimaal aantal trainingen voorafgaand aan return-to-play?
Intervaltraining: zijn lange intervallen beter dan korte sprints?
Sprongtraining bij chronische enkelinstabiliteit: een progressief programma


Geschreven door: Nick Muhren MSc, sportfysiotherapeut en vakreferent bij NPi
Datum: 14 januari 2021