blog agility ladder voetbal kind

De praktijk leert dat explosievere en behendiger voetbalspelers beter in staat zijn om op hoog niveau te presteren in vergelijking met spelers die dat niet zijn. Om explosiever en behendiger te worden kan het specifiek trainen op die vaardigheden op jonge leeftijd helpen. Spaanse en Amerikaanse wetenschappers onderzochten of het toevoegen van plyometrie met behulp van een agility ladder in een voetbaltraining zinvol is bij 20 voetbalspelers onder 13.

20 februari 2024 | Auteur: Kristel Lankhorst PhD, Maarten Barendrecht MSPT | Leestijd: 5 minuten


Sprongtraining in een agility ladder voegt niet veel toe aan reguliere voetbaltraining: kinderen onder de 13 jaar die zes weken lang een deel van hun voetbaltraining besteden aan sprongtraining in een agility ladder verbeteren hun fysieke fitheid nauwelijks meer dan leeftijdsgenoten die hun normale training blijven doen. Dit concluderen Spaanse wetenschappers nadat ze twintig voetballers (11-12 jaar) verdeelden over twee groepen en na zes weken keken naar hun spronghoogte, sprintsnelheid en slalomsnelheid dribbelend met een bal.

Verbetering in beide groepen
De sprongtraining met agility ladder maakte weinig verschil: na de trainingsperiode van zes weken konden de voetballers in de controle- en interventiegroep namelijk allemaal hoger springen (controlegroep 5,5 en interventie 14,5 procent) en sneller dribbelend met een bal slalommen (3 procent). Ook renden beide groepen sneller op de 5, 10 en 20 meter sprinttest en waren zij wendbaarder op de agility test. Met gemiddeld ongeveer 1 procent verbetering was de progressie in sprint en wendbaarheid echter minimaal.

Sprongtraining in een agility ladder
Sprongtraining in een agility ladder maakte wel verschil op de countermovement jump met arminzet: de voetballers elke training sprongtraining deden in een agility ladder konden hoger springen (27.7 cm) in vergelijking met de controlegroep (25.6 cm). Dit was het enige aantoonbare verschil tussen de interventie- en controlegroep.

Groei
Dat er verder geen verschillen waren komt mogelijk doordat de voetballers zich motorisch en neuraal in een andere ontwikkelingsfase bevonden, aldus de onderzoekers. Rijping en maturatie vindt niet bij elke jongere precies op dezelfde biologische leeftijd plaats. Hormonale invloeden, lengtegroei van de ledematen en toename van spiermassa zorgen voor verschillen in prestatie. De onderzoekers denken dat sommige jongens dus nog niet ontvankelijk waren voor de aangeboden agility training om daadwerkelijk voordeel uit deze vorm van training te halen.

 


🎓 Schrijf je in voor de cursus 'Sportrevalidatie bij kinderen'


 

Trainingsprotocol
Specifieke plyometrische oefening zoals konijnensprongen of zij-, voor- en achterwaarts springen vond plaats tijdens de normale 90 minuten training als vervanging van technische oefenvormen die wel onderdeel van de training waren bij de controlegroep. Elke agilitysessie bestond uit een tot vier sets van 6-14 herhalingen met twee minuten rust tussen de sets en 30 seconden tussen de herhalingen. Een gecertificeerde kracht- en conditietrainer begeleidde alle trainingen.

Metingen en duur interventie
Voorafgaand aan de trainingsperiode deden alle voetballers vijf testen, verspreid over twee dagen. Drie dagen na de laatste trainingssessie herhaalden ze testen, opnieuw op twee testdagen. Op het eerste testmoment deden ze de 5, 10 en 20 meter sprinttest, een agility test en een slalom dribbel test. Minimaal twee dagen later volgde de tweede testdag met de countermovement jump, de countermovement jump met arminzet en de squatjump. Voetballers werden aangemoedigd om een maximale prestatie te leveren. Voetballers hadden gemiddeld 5,5 jaar voetbalervaring en trainden drie keer per week en speelden wekelijks één wedstrijd. Beide groepen trainden en speelden acht uur per week.

Toekomstig onderzoek
Mogelijk leken de trainingen van de twee groepen teveel op elkaar en verklaart dat waarom de onderzoekers minimale verschillen vonden. Onderzoekers doen er daarom goed aan om bij toekomstig onderzoek voldoende onderscheid te maken tussen twee onderzoeksgroepen en de agility training goed te beschrijven. Ook is het verschil in prikkelparameters zoals type, duur, frequentie, seizoen en opbouw van de trainingsbelasting daarin een aandachtspunt en een manier om verschillen aan te brengen.


🎓 Schrijf je in voor de cursus 'Sportrevalidatie bij kinderen'


Expert-opinie en vertaalslag naar de praktijk

door Maarten Barendrecht MSPT, master sportfysiotherapeut en kerndocent MPTS en MSPT

Het gebrek aan significante effecten van training met de agility ladder ten opzichte van reguliere training is lijn met de resultaten uit de eerdere publicatie van deze auteurs en de systematische review van Afonso et. Al uit 2020.

Hoewel de agility ladder snel voetenwerk en richtingsveranderingen op een klein oppervlak vraagt is het de vraag of veel van de gebruikte oefeningen functioneel uitdagend genoeg zijn om het juiste trainingseffect te bewerkstelligen. Het effect op spronghoogte wat in deze studie wel op lijkt op lijkt te treden vertaalt zich niet in meer behendigheid of snelheid in horizontale richting. De vraag is dan ook of de afmetingen van de vakken in de agility ladder niet te klein zijn om voldoende grote trainingsprikkels voor richtingsveranderingen in horizontale richting te bewerkstelligen. Voor hinkeloefeningen is die afstand nog wel uitdagend maar voor tweebenige oefeningen is de afstand die overbrugd moet worden bij veel van de beschreven oefeningen te klein.

In de praktijk leidt dit vaak tot zijwaarts aantikken met een losse voet in plaats van een daadwerkelijke richtingsverandering op het hele been. Als de agility ladder bij de training in een parcours is ingebouwd bestaat ook de neiging om oefeningen vooral in de lengterichting van de ladder snel te laten verlopen waarbij aantikken een snellere optie is dan een zijwaartse richtingsverandering. Daarnaast worden het daardoor oefeningen in een vast ritme waarbij geen reactieve richtingsverandering optreedt.

De kunst is dus om meer uit te gaan van het doel van de training en dan te kijken of de agility ladder wel een geschikt middel is. Sla dan in ieder geval wat vaker een vakje over en laat de sporter meer (reactief) heen en weer bewegen. Maar misschien moeten we erkennen dat agility ladder vooralsnog niet de correcte naam is.

De inhoud van dit blog verscheen eerder als referaat in de NPi-service Sportgezondheidszorg 2021-8c.
-> Lees het referaat in PDF


Nog geen toegang tot de NPi-service?

Ruim 9000 fysiotherapeuten gingen je voor!

👉 voor 36 euro krijg je een jaar toegang tot één thema (stopt automatisch);
👉 KNGF-leden met een Compleet lidmaatschap hebben toegang tot alle thema's;
👉 Keurmerkdeelnemers krijgen één thema gratis en betalen slechts 15 euro per extra thema.

Regel het nu in MijnNPi
 


Wil je weten wat je wél moet doen bij sportende kinderen?

Kom dan op vrijdag 12 en zaterdag 13 april naar Papendal voor de cursus 'Sportrevalidatie bij kinderen'.

In deze 2-daagse cursus leer je een duidelijk stroomschema, waarmee je sportende kinderen op alle niveaus kunt revalideren tot sporthervatting op het oude niveau.

  • Start met een goede analyse van de belastbaarheid
  • Maak een sportanalyse van het gevraagde eindniveau
  • Bouw de revalidatie zorgvuldig op
  • En bepaal return-to-play aan de hand van heldere criteria 🎯

Ik wil graag meer weten over deze 2-daagse cursus

blog sportrevalidatie kinderen krachttraining


Geschreven door Kristel Lankhorst PhD, fysiotherapeut, bewegingswetenschapper en docent,
met een vertaalslag van Maarten Barendrecht MSPT, master sportfysiotherapeut en kerndocent MPTS en MSPT
Datum: 20 februari 2024