Programma en informatie voor deelnemers

Als deelnemer krijgt u toegang tot de besloten website www.npicursus.nl.
Op deze site treft u alle extra cursusinformatie aan zoals bijvoorbeeld het cursusprogramma, eventuele voorbereiding en andere relevante informatie.

Uw contactpersonen bij het NPi

Voor administratieve en algemene vragen:

marjan-van-keeken Marjan (M.T.) van Keeken
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
telefoon: +31 (0) 33 421 61 28
Bereikbaar dinsdag t/m donderdag 9.00 uur tot 16.30 uur en vrijdag van 13.00 uur tot 16.30 uur

Voor inhoudelijke vragen:

hans-bult Hans (H.J.) Bult MSc
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
telefoon: 06 54 29 58 19

Themagebied: Sportgezondheidszorg
Doelgroepen: fysiotherapeuten / oefentherapeuten
Werkgebied: Eerste lijn / tweede lijn
Startdatum: vrijdag 27 september 2019
Einddatum: zaterdag 28 september 2019
Aantal deelnemers: Minimaal 24, maximaal 32
Gem. beoordeling:
(7.7/10)
470 beoordelingen
Studiebelasting: 19 uur
Aantal contacturen: 14
Aantal contactdagen: 2,5
Taal: Nederlands
Verhouding praktijk en theorie: 50/50
Niveau: verdieping
Cursusnummer: 1903253
Blended learning: Nee
Masterclass: Nee
Toetsing: Nee
Certificaat: Ja

Videotrailer

Cursusdata

Vrijdagochtend, -middag en -avond 27 september en zaterdag 28 september 2019

Kosten

Euro 595,- inclusief verzorging en cursusmateriaal, respectievelijk euro 535,- met NPi-kortingskaart

Accreditatie

Deze cursus is geaccrediteerd voor de registers: Algemeen fysiotherapeut (CKR) / Kwaliteitsdeel van het CKR / Keurmerk Fysiotherapie / Oefentherapeut (coulance regeling) / Sportfysiotherapeut (CKR) met 19 punten.

Voorkennis, voorwaarden, ingangsniveau

Voor het volgen van deze cursus is voldoende inspanningsfysiologische basiskennis nodig. U kunt deze vergaren door de NPi-cursus ‘Inspanningsfysiologie en oefentherapie' te volgen of hoofdstukken 3 en 7 t/m 14 uit het onderstaande boek grondig te bestuderen.

Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
G.M. van der Poel, M.W.A. Jongert, J.J. de Morree
Derde, herziene druk, 2019
Uitgever: Bohn Stafleu van Loghum
ISBN 978 90 368 2256 5

Beschrijving

Regelmatig bewegen heeft een gunstig effect op de algemene gezondheidstoestand. Lichaamsbeweging verlaagt de kans op hart- en vaatziekten, osteoporose, Diabetes Mellitus (type 2), dikke darmkanker, angst en depressie. Lichamelijke activiteit heeft een directe en een indirecte invloed op de kans op hart- en vaatziekten, en kan een gunstig effect hebben op bloeddruk, lichaamsgewicht en het profiel van vetten in het bloed. Het is echter gebleken dat een te klein deel van de Nederlandse bevolking voldoende lichamelijk actief is. Bij mensen met een chronische aandoening is dit aantal nog groter. Hierbij komt dat zij grotere gezondheidsrisico's lopen.

De rol van de fysiotherapeut

In de komende tijd zal preventief bewegen een belangrijke rol gaan spelen in de gezondheidszorg. Op het terrein van de preventie zijn meerdere disciplines actief. Het is daarom belangrijk dat de fysiotherapeut zich goed positioneert. De kracht van de fysiotherapeut ligt vooral in het aanbieden van een programma gericht op het structureel veranderen van het beweeggedrag van mensen. De fysiotherapeut onderscheidt zich doordat hij/zij gespecialiseerd is in het begeleiden van mensen met een verminderde belastbaarheid van het bewegingsapparaat, van chronisch zieken en van ouderen.

Daarnaast is ook denkbaar dat de fysiotherapeut een coördinerende rol op zich neemt. In een intake kan de fysiotherapeut vaststellen welke mensen in aanmerking komen voor reguliere sport- en bewegingsactiviteiten, welke mensen aangepaste vormen van bewegen nodig hebben en voor welke mensen fysiotherapeutische begeleiding of therapie vereist is.

Beweegprogramma's voor mensen met chronische aandoeningen

In samenwerking met diverse onderzoeksinstituten en TNO Kwaliteit van leven heeft het KNGF een negental beweegprogramma's ontwikkeld voor mensen met een chronische aandoening. Doelstelling van deze programma's is bewegingsstimulering. Het beweegprogramma richt zich naast bewegingsstimulering op het bevorderen van een actieve leefstijl. Kortom een programma dat zich positioneert als een lifestyle-interventie. Om het beweeggedrag van mensen te veranderen moet aansluiting worden gezocht bij de stadia die in gedrag van mensen kunnen worden onderscheiden. Ieder stadium kent zijn specifieke informatiebehoefte en deze staat los van test- of trainingsresultaten. Om goed op deze stadia in gedrag te kunnen aansluiten moet maatwerk in de informatievoorziening geleverd worden.

Opzet van het onderwijs

Deel 1 bestaat uit 5 dagdelen. In deel 1 komen de onderwerpen ziekte, gezondheid, gedrag en gedragsverandering aan de orde. Daarnaast worden de algemene aspecten van de intakeprocedure en de benodigde inspanningsfysiologie en trainingsleer gekoppeld aan de opzet en uitvoering van een beweegprogramma.

Per doelgroep wordt er een twee- of driedaagse vervolgmoduul georganiseerd waarin de consequenties van de ziekte/aandoening voor de intake en de trainbaarheid worden belicht. Daarnaast wordt op basis van casuïstiek, en daar waar mogelijk met echte patiënten, de opzet en praktische uitvoering van het beweegprogramma geoefend.

De volgende 6 modulen binnen deel 2 zijn reeds ontwikkeld:

  • COPD;
  • Diabetes Mellitus (type 2);
  • Coronaire hartaandoeningen;
  • Artrose;
  • Osteoporose;
  • Oncologie.

Doel

Na deel 1 kan de deelnemer de generieke delen van een beweegprogramma voor mensen met een chronische aandoening invullen.

Subdoelen

Na deel 1 kan de deelnemer:

  • expliciet de doelstellingen van een beweegprogramma en de rol van de fysiotherapeut hierin benoemen;
  • de persoonseigen factoren benoemen van mensen met chronische aandoeningen die belemmerend dan wel bevorderend zijn voor hun gezondheid;
  • op persoonsniveau de inclusie- en exclusiecriteria benoemen voor participatie binnen de beweegprogramma's;
  • gedragsgerelateerde strategieën benoemen om het beweeggedrag en zelfredzaamheid van mensen met chronische aandoeningen positief te beïnvloeden;
  • het theoretisch kader en de belangrijkste aspecten voor de communicatie met mensen met een chronische aandoening benoemen;
  • de doelstelling, onderdelen, uitgangspunten en achterliggende filosofie van de intake benoemen;
  • de inhoud en context benoemen van de beweegrichtlijnen 2017: de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, de Fitnorm en Combinorm;
  • een cardiovasculaire screening doen op basis van de Roundtable Consensus Statement: Updating ACSM’s Recommendations for Exercise Preparticipation Health Screening;
  • de bruikbaarheid en de voor- en nadelen van verschillende inspanningstesten benoemen;
  • de uitkomst van de intake interpreteren en koppelen aan de doelstellingen voor een beweegprogramma;
  • voor een individuele deelnemer een beweeg- en trainingsprogramma opstellen gericht op een positieve beïnvloeding van het gezondheidsgedrag;
  • als onderdeel van een beweegprogramma de belastingsvariabellen voor een duur-, interval- en/of krachttraining opstellen;
  • onderbouwde keuzes maken voor bewegingsvormen en geschikte oefenstof;
  • de besproken en ervaren trainingsmethoden, bewegingsvormen en oefenstof in de praktijk toepassen;
  • het beweegprogramma evalueren op gedragsniveau en adequaat terugkoppelen aan verwijzers, zorgverzekeraars en beroepsgenoten.

Didactische werkwijze

Thuisstudie, hoorcollege, responscollege en practica

Docenten

  • H.J. Bult MSc, sportfysiotherapeut
  • P. Glashouwer Mpt, fysiotherapeut
  • A.A.M. van de Goolberg, fysieke trainer
  • drs. G. van der Poel, inspanningsfysioloog

Cursusleiding

  • P. Glashouwer Mpt, fysiotherapeut
  • Hans (H.J.) Bult MSc, Nederlands Paramedisch Instituut

Locatie

Deze cursus maakt deel uit van onderstaande leerlijn:
Leerlijn

Beoordeling door cursisten

Vraag 1: Welke beoordeling geeft u de cursus in het algemeen?

Vraag 2: In welke mate beschikte(n) de docent(en)/spreker(s)* over de benodigde vakinhoudelijke kennis en vaardigheden?

Vraag 3: In welke mate is het geleerde toepasbaar in uw huidige of toekomstige beroeps- en/of functie-uitoefening?

Vraag 4: Hoe luidt uw oordeel over de organisatie tijdens de scholingsactiviteit (denk aan accommodatie, bereikbaarheid, kwaliteit van opleidingsruimten, hoeveelheid pauze, cursustijden, verzorging etc.)?

Vraag 5: Zou u het volgen van deze scholingsactiviteit aanbevelen aan collega's?

Telefoon E-mail Locatie Twitter Facebook LinkedIn Instagram Vimeo