Programma en informatie voor deelnemers

Als deelnemer krijgt u toegang tot de besloten website www.npicursus.nl.
Op deze site treft u alle extra cursusinformatie aan zoals bijvoorbeeld het cursusprogramma, eventuele voorbereiding en andere relevante informatie.

Uw contactpersonen bij het NPi

Voor administratieve en algemene vragen:

caroline-schouten Caroline (C.W.) Schouten-van Oudheusden
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
telefoon: 06 8214 0772
(bereikbaar dinsdag van 9.00 uur tot 15.00 uur en van 9.00 uur tot 12.00 uur op de overige dagen)

Voor inhoudelijke vragen:

hans-bult Hans (H.J.) Bult MSc
e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
telefoon: 06 54 29 58 19

Themagebied: Kinderen
Doelgroep: kinderfysiotherapeuten
Werkgebied: Eerste lijn / tweede lijn
Startdatum: dinsdag 23 maart 2021
Einddatum: dinsdag 20 april 2021
Aantal deelnemers: Minimaal 24, maximaal 32
Studiebelasting: 15 uur
Aantal contacturen: 12
Aantal contactdagen: 2
Taal: Nederlands
Verhouding praktijk en theorie: 50/50
Niveau: verdieping
Cursusnummer: 2105962
Blended learning: Nee
Masterclass: Nee
Toetsing: Nee
Certificaat: Ja

Cursusdata

Dinsdagmiddag en -avond 23 maart en dinsdagmiddag en -avond 20 april 2021

Kosten

Euro 460,- inclusief verzorging en cursusmateriaal, respectievelijk euro 410,- met NPi-kortingskaart

Accreditatie

Accreditatie in aanvraag

Voorkennis, voorwaarden, ingangsniveau

Deze cursus is specifiek bedoeld voor geregistreerde kinderfysiotherapeuten.

Beschrijving

Let op: voor deze cursus wordt accreditatie aangevraagd voor de registers: Kinderfysiotherapeut (KRF NL) / Vrij deel van het KRF NL / Keurmerk Fysiotherapie

Als kinderfysiotherapeut krijg je frequent te maken met kinderen en adolescenten met mentale/gedragsproblemen die van grote invloed kunnen zijn op de behandeling. Wat geeft dit voor problemen voor de therapeut? Deze cursus helpt u om beter te kunnen inspelen op het gedrag van deze kinderen, de vragen van ouders te kunnen beantwoorden en om samen gezamenlijk een oplossingsstrategie kiezen. Ook helpt het u om hiermee praktisch aan de slag te gaan.

Als kinderfysiotherapeut bent u uiteraard geen pedagoog/psycholoog maar de cursus kan u helpen om praktische, relatief eenvoudige gedragsgerichte methoden te kunnen toepassen. Dit kan de behandeling van kinderen ten goede komen. Het gezin kan er thuis ook van profiteren en er wordt met meer plezier geoefend thuis en de sfeer verbetert.

In deze cursus staan cognitief-gedragstherapeutische methodieken en voorbeelden centraal. De werkzaamheid van het al dan niet betrekken van ouders bij behandeling komt uitgebreid aan bod (bij jonge kinderen spreekt dit vanzelf). Uit onderzoek blijkt dat het betrekken van ouders reeds geprotocolleerd is voor problemen als: ADHD, angst, autisme, gedragsproblemen, slaapproblemen, voedselweigering en obesitas (Braet & Bögels, 2020). Steeds vaker zijn er geprotocolleerde behandelingen beschikbaar om allerlei mentale problemen het hoofd te bieden. Tevens zijn er behandelingen of protocollen die voor meerdere klachten inzetbaar zijn, maar ook programma’s die heel specifiek zijn voor bepaalde klachten, en tenslotte behandelingen voor speciale groepen.

Deze cursus stelt de kinderfysiotherapeut in staat om gemakkelijker gebruik te maken van (delen van) evident werkzame behandelingen en methodieken die gebruikt kunnen worden bij kinderen en adolescenten met mentale problemen.

In de cursus komen onder meer aan bod:

  • motivatie theorieën zoals de zelfdeterminatie theorie (adolescenten en ouders hebben behoefte aan autonomie, competentie en verbondenheid);
  • methodieken uit de leertherapie (klassieke en operante conditionering: bekrachtigen van gedrag, uitdoving, shaping, overcorrectie, chaining, response cost, stimulus controle en time-out);
  • het belang van positieve, transparante communicatie, empathie en acceptatie.

Het programma van deze cursus is opgesplitst in 3 delen. Gezien de specifieke problematiek en aanpak is gekozen voor de onderstaande leeftijdsgroepen.

Kinderen van 0 t/m 4 jaar
Ontwikkeling en gedrag staan niet los van elkaar. Zodra een baby geboren wordt begint de ontwikkeling in bredere zin van motoriek, taal en cognitie, maar ook de sociaal emotionele ontwikkeling en gedrag. Denk maar aan een baby die huilt omdat die wil eten. Gedrag zet ook weer aan tot ontwikkeling. Bij jonge kinderen zijn het de ouders die direct invloed hebben op het gedrag van een kind, en naarmate het kind ouder wordt komen daar steeds meer invloeden van buitenaf bij. In hoeverre bepaalde gedragingen wel of niet tot uiting komen, hangt natuurlijk ook samen met de genetische opmaak van een kind.

Baby’s (0-1,5 jaar), dreumes en peuters (1,5-4 jaar) vertonen verschillend gedrag, passend bij hun ontwikkelingsfase en/of leeftijd. Ouders staan voor de opvoedtaak, waarin grofweg drie basisvaardigheden centraal staan; verzorgen, contact maken en structuur bieden (Ehlers, 2016). Een rode draad die door de opvoeding van kinderen tot de volwassenheid loopt, is dat een kind steeds autonomer wordt; van geheel verzorgd worden, naar samen doen, naar zelf laten doen onder toezicht van een ouder tot geheel zelf laten doen. In de behandelkamer van de fysiotherapeut doorlopen kinderen soortgelijke stappen.

Bij de 0-4-jarigen staat het verzorgen centraal, maar zijn er ook ontwikkelingstaken voor het kind. In het kort is dat het ontdekken van zijn eigen ik (autonomie), het ontdekken van het zijn van een jongetje of meisje en tenslotte het leren omgaan met leeftijdsgenootjes. Ouders steunen hun kinderen hierbij; dat zijn hun zogenaamde opvoedingstaken. Contact maken staat voor alles wat de ouder doet naar het kind toe om zijn liefde, genegenheid, belangstelling, erkenning en waardering te uiten. Knuffelen, praatjes maken, samen iets leuks doen, aandacht maar ook ruimte geven aan een kind. Contact maken is een basisvaardigheid die elke ouder, kinderfysiotherapeut en elk kind nodig heeft. Het kind heeft contact nodig om te overleven en zich te ontwikkelen en een kind leert alleen luisteren op basis van een goed contact. Tenslotte is ‘structuur bieden’ belangrijk. Dat is in het kort alle vormen van duidelijkheid geven aan een kind.

Meestal lopen de drie processen: verzorgen, contact maken en structuur bieden soepel en naar wens, thuis en in de kinderfysiotherapeutische praktijk. Maar soms loop je tegen gedrag van kinderen, bijvoorbeeld in de regulatie (eten, plassen/poepen, slapen) en ouders aan waarbij je net iets meer vaardigheden en achtergrond over mogelijke behandeling tot je beschikking wil hebben. ‘’Wat kan ik zelf doen en wanneer moet ik de pedagoog/psycholoog raadplegen of naar hem of haar verwijzen?’’ Met name wanneer er signalen zijn van een ontwikkelingsstoornis als ASS, ADHD, ADD of een beperking in de verstandelijke vermogens van het kind.

Ook dit is geen rare vraag, want ouders signaleren psychosociale problemen bij 4% van de kinderen van 14 maanden en bij 6% van de overige leeftijdsgroepen. Externaliserende problemen komen volgens hen voor bij 3 tot 9% van de kinderen, met een piek bij de leeftijd van 3 jaar (Nji, 2018).

Kinderen van 4 t/m 12 jaar
Kinderen en adolescenten vertonen verschillend gedrag, passend bij hun ontwikkelingsfase en/of leeftijd. Net al bij jongere kinderen staan ouders voor een opvoedtaak, waar ook drie basisvaardigheden centraal staan; verzorgen, contact maken en structuur bieden (Ehlers, 2016). In de behandelkamer van de kinderfysiotherapeut doorlopen kinderen van 4-12 jaar ook stappen van afhankelijkheid naar autonomie.

Verzorgen, contact maken en structuur bieden hebben alle ouders, kinderfysiotherapeuten en kinderen van 4-12 jaar nodig. Meestal lopen de drie processen soepel en naar wens, thuis en in de kinderfysiotherapeutische praktijk. Maar soms loop je tegen gedrag van kinderen en ouders aan waarbij je net iets meer vaardigheden en achtergrond over mogelijke behandeling tot je beschikking wil hebben. Heeft een kind afwijkend gedrag of is er sprake is van een ontwikkelingsstoornis. Tenslotte rijst de vraag: ‘’Wat kan ik zelf doen en wanneer moet ik een pedagoog of psycholoog raadplegen of naar hem of haar verwijzen?’’

En ook dit is geen rare vraag, want 10% van de meisjes en 15% van de jongens in groep 8 geeft aan last te hebben van gedragsproblemen. Wanneer we externaliserend en internaliserend gedrag samennemen, ligt dit percentage hoger.

Veel voorkomende klachten bij kinderen van 4-12 jaar zijn angst, depressie, concentratieproblemen en gedragsproblemen. Deze komen in de cursus sowieso aan bod.

Kinderen van 12 t/m 18 jaar
Kinderen in de vroege en late adolescentie (12-15 en 15-18 jaar) vertonen verschillend gedrag, passend bij hun ontwikkelingsfase en/of leeftijd. Ouders staan voor de opvoedtaak, waarin grofweg ook de drie bovengenoemde basisvaardigheden centraal staan; verzorgen, contact maken en structuur bieden (Ehlers, 2016).

Contact maken is een basisvaardigheid die elke ouder, kinderfysiotherapeut en iedere adolescent nodig heeft. Een adolescent heeft contact nodig om zich te ontwikkelen en leert luisteren, en respect voor anderen op basis van een goed contact. Tenslotte is ‘structuur bieden’ belangrijk. Dat is in het kort alle vormen van duidelijkheid geven aan een adolescent, interesse en waardering tonen en afspraken maken met wederzijdse instemming. Meestal lopen de drie processen: verzorgen, contact maken en structuur bieden soepel en naar wens, thuis en in de fysiotherapiepraktijk. Maar soms loop je tegen gedrag van adolescenten en ouders aan waarbij je net iets meer vaardigheden en achtergrond over mogelijke behandeling tot je beschikking wil hebben. ‘’Wat kan ik zelf doen en wanneer moet ik de psycholoog raadplegen of naar hem of haar verwijzen?’’

Dat is geen rare vraag, want in het voortgezet onderwijs komen gedragsproblemen vaak voor onder leerlingen. Veertien procent van de leerlingen geeft aan gedragsproblemen te hebben. In het voortgezet onderwijs hebben meer jongens dan meisjes hier last van. Van de jongens heeft 16,2% gedragsproblemen en meisjes 11,7%.

Een aanzienlijk deel van adolescenten heeft last van mentale problemen. Gevoelens van hopeloosheid, een laag zelfbeeld, zelfkritiek, en tegendraads of antisociaal gedrag zijn allemaal kenmerken die je vaak niet direct aan de buitenkant van een kind of jongere ziet. Alleen door dit aan te kaarten en de adolescent aan te geven dat hierover mag worden gepraat - omdat we anders elkaar niet kunnen helpen - ontstaat er meer openheid. Dus het delen van lastige gevoelens of gedachten vraagt aandacht en mag ‘gewoner’ worden.

Adolescenten die ‘worstelen’ met lastige gevoelens of gedrag, zullen er niet snel mee komen. Ze willen vaak ‘gewoon’ zijn en bij de groep horen. Die adolescenten ziet de kinderfysiotherapeut vanzelfsprekend ook in zijn of haar praktijk.

Wat wordt onder ernstige problematiek verstaan?

  • Het probleem van het kind heeft een psychiatrisch karakter;
  • Het probleem heeft een duidelijke medische oorzaak;
  • De opvoedings- en gezinssituatie is te gecompliceerd voor kortdurende hulp;
  • Het kind heeft duidelijke leerproblemen;
  • Psychopathologie, verslaving of ernstige relatieproblemen bij ouders;
  • (Zeer) beperkte verstandelijke vermogens bij ouders;
  • Al lopende contacten met hulpinstellingen;
  • Er is een duidelijk risico voor het kind.

Veel voorkomende klachten bij kinderen van 12-18 jaar zijn angst, depressie, ADHD en gedragsproblemen. Deze komen in de cursus sowieso aan bod.

De cursusleider, Monique L’Hoir, is klinisch pedagoog, GZ-psycholoog/ psychotherapeut (niet praktiserend) en zij heeft 23 jaar in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (UMC) te Utrecht gewerkt op de afdeling Medische Psychologie. Zij is gepromoveerd op onderzoek naar risico- en preventieve factoren van wiegendood. Ze maakt deel uit van de Expertisegroep Wiegendood van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Vanaf 2000 heeft ze zeven jaar gewerkt bij TNO, Child Health te Leiden. Momenteel werkt ze bij de Wageningen Universiteit en de GGD Noord- en Oost-Gelderland.

De kinderfysiotherapeut Jacqueline Lohle-Akkersdijk is als tweede docent betrokken bij deze cursus en kan praktische voorbeelden aandragen die herkenbaar zijn voor kinderfysiotherapeuten. Het kind dat in de praktijkruimte niet/nooit luistert, het kind dat thuis of juist in de klas zo extreem druk is, de sombere adolescent met een laag zelfbeeld of de angstige puber die zich schaamt voor alles.

Doel

Na de cursus kan de deelnemer in de therapiesetting het gedrag van kinderen in de 3 leeftijdsgroepen positief beïnvloeden en tevens ouders in de thuissituatie hierin adviseren. De methodieken die worden aangeleerd zijn evidence based en praktisch goed uitvoerbaar.

Subdoelen

Na de cursus kan de deelnemer:

  • De ernst inschatten van mentale en gedragsproblemen bij kinderen en adolescenten, luisteren naar ouders (de vraag achter de vraag), het samen naar een oplossing zoeken, een plan maken en gezamenlijk aan de slag gaan;
  • Een plan opzetten gebaseerd op de volgende 5 stappen: krachten vaststellen (wat gaat er goed?), zorgen (welk resultaat willen we behalen?), doel bepalen (wat willen we bereiken?), actieplan maken (hoe willen we wat concreet en meetbaar bereiken?) en het uitvoeren van het actieplan;
  • Regulatie problemen (0-1,5 jaar) en gedragsproblemen herkennen (1,5-4 jaar) en voor milde problemen oplossingen bieden, waardoor de kinderfysiotherapeutische behandeling soepel verloopt, het oefenen thuis beter verloopt en de gezondheid verbetert;
  • De informatie uit de determinatietheorie, leertheorie en gesprekstechnieken gebruiken;
  • Mentale problemen herkennen en voor milde problemen oplossingen bieden, waardoor de kinderfysiotherapeutische behandeling soepel verloopt, het oefenen thuis beter verloopt, de mentale gezondheid verbetert en de veerkracht en gevoelens van self-efficacy van het kind en ouders toenemen.

Didactische werkwijze

Interactieve training, theoretische, maar vooral praktische kennisoverdracht en oefenen met casuïstiek uit de praktijk.

Docenten

  • mw. dr. M.P. L'Hoir, klinisch pedagoog, GZ-psycholoog/psychotherapeut (niet praktiserend)
  • mw. J.J. Lohle-Akkersdijk MPPT, kinderfysiotherapeut

Cursusleiding

  • mw. dr. M.P. L'Hoir, klinisch pedagoog, GZ-psycholoog/psychotherapeut (niet praktiserend)
  • Hans (H.J.) Bult MSc, Nederlands Paramedisch Instituut

Locatie

Deze cursus maakt deel uit van onderstaande leerlijn:
Leerlijn
Telefoon E-mail Locatie Twitter Facebook LinkedIn Instagram Vimeo